Terug naar Poppsychology genuanceerd

Affirmaties werken (niet)

Hoofdstuk 3 — Affirmaties correct gebruiken

Affirmaties roepen bij veel mensen een gevoel van ongemak of zelfs plaatsvervangende schaamte op. Tegelijk passen ze perfect binnen een cultuur waarin we voortdurend aan onszelf zouden moeten werken. Toch kunnen affirmaties waardevol zijn wanneer ze correct worden gebruikt. De sleutel ligt niet in jezelf dwingen om een uitspraak onmiddellijk te geloven, maar in herhaling.

Ook binnen neurolinguïstisch programmeren, of NLP, wordt gewerkt met taal, herhaling, verbeelding en het veranderen van perspectief. Affirmaties zijn daar slechts één eenvoudige uitdrukking van. Het uitgangspunt is dat de taal die we herhaaldelijk gebruiken mee bepaalt welke betekenissen, verwachtingen en reacties gemakkelijk beschikbaar worden.

Ons organisme leert door herhaling. De taal waarmee we tegen onszelf spreken, is meestal niet bewust gekozen. Ze ontstaat uit boodschappen die we in onze geschiedenis hebben ontvangen, uit reacties van andere mensen en uit manieren waarop we over onszelf hebben leren denken. Wanneer iemand vaak genoeg hoort dat hij te gevoelig, lastig, lui of tekortschietend is, kunnen zulke uitspraken een vertrouwde manier worden om zichzelf te begrijpen.

Zelfkritiek kan daarbij ook een beschermende functie krijgen. Wie zichzelf al afwijst, hoeft minder verrast te worden door de mogelijke afwijzing van een ander. Strengheid geeft soms een tijdelijk gevoel van controle: als ik mezelf voortdurend corrigeer, kan ik misschien voorkomen dat iemand anders mij veroordeelt. Wat ooit bescherming bood, kan het organisme na verloop van tijd echter onder aanhoudende spanning zetten. De dreiging van afwijzing blijft dan bestaan, ook wanneer er op dat moment niemand is die ons afwijst.

Vaak helpt het om ons af te vragen of we met een vriend of een kind op dezelfde manier over succes en mislukking zouden praten als met onszelf. We kunnen ons daarbij ook afvragen onder welke omstandigheden een mens het gemakkelijkst leert. Een klimaat van veiligheid en innerlijke vriendelijkheid biedt meer ruimte voor ontwikkeling dan een streng en autoritair klimaat waarin iedere fout wordt afgestraft.

De kracht van een affirmatie ligt daarom voor een groot deel in haar formulering. Honderd keer per dag zeggen “ik ben gelukkig” heeft weinig zin wanneer die woorden volledig botsen met wat iemand ervaart. Hetzelfde geldt voor “ik zie mezelf graag” wanneer er een diep gevoel van zelfafwijzing aanwezig is. De uitspraak wordt dan moeilijk opgenomen en kan de afstand tot de gewenste ervaring zelfs benadrukken.

Een intentie kan anders binnenkomen. De zin “Vandaag zorg ik goed voor mezelf” schrijft geen gevoel voor en beweert niet dat een innerlijke verandering al voltooid is. Ze geeft richting aan wat iemand vandaag wil doen. Ook de tijdsvorm is belangrijk. “Ik ga goed voor mezelf zorgen” plaatst de zorg in de toekomst en kan onbedoeld suggereren dat ze nu nog niet plaatsvindt. “Vandaag zorg ik goed voor mezelf” maakt haar tot een uitgangspunt voor het huidige moment.

Verandering ontstaat bovendien meestal niet in enkele dagen of weken. Ons organisme leert door herhaling en nieuwe ervaringen. Iedere keer dat een intentie wordt uitgesproken én in handelen wordt bevestigd, krijgt ze meer betekenis. De woorden worden dan niet alleen herhaald, maar geleidelijk onderdeel van een andere manier van kijken, voelen en reageren.

Dat verbeelding lichamelijke en emotionele reacties kan oproepen, is eenvoudig te ervaren. Glimlach bijvoorbeeld enkele minuten bewust en merk op wat er verandert in je stemming en lichaam. Beeld je daarna gedurende enkele minuten levendig in dat je een zware bicepscurl uitvoert. Mogelijk merk je spanning in je arm, veranderingen in je ademhaling of een neiging om werkelijk mee te bewegen. Dit betekent niet dat het organisme geen onderscheid kan maken tussen werkelijkheid en verbeelding. Het laat wel zien dat wat we ons voorstellen echte reacties kan oproepen. De beelden en boodschappen die we herhalen, blijven dus niet noodzakelijk zonder gevolg.

Een affirmatie kan krachtiger worden wanneer ze aan priming wordt gekoppeld. Binnen het werk van McClendon verwijst priming naar het bewust oproepen van een bepaalde innerlijke toestand voordat een boodschap wordt herhaald. Door eerst aandacht te geven aan houding, ademhaling, herinneringen of beelden die bij de gewenste richting passen, komt de affirmatie niet als een losse zin binnen. Ze wordt verbonden met een ervaring.

Een oefening die mij veel heeft geholpen, was om iedere ochtend na het tandenpoetsen naar een foto van mezelf als kind te kijken en tegen hem te zeggen: “Vandaag zorg ik goed voor jou.” Door de oefening aan een bestaande gewoonte te koppelen, werd ze gemakkelijker vol te houden. De boodschap gaf bovendien richting aan de rest van de dag. Mijn intentie was niet langer om mezelf voortdurend te verbeteren of te corrigeren, maar om zorg te dragen voor een kind dat bescherming, erkenning en begeleiding nodig had. Dat creëerde een innerlijk klimaat waarin ik meer keuzevrijheid ervoer.

Wanneer ik de oefening vergat, maakte ik daar geen nieuwe reden voor zelfkritiek van. Zodra ik het opmerkte, zei ik tegen mezelf dat het bewust worden op zichzelf al een vorm van zorg was. Vervolgens stond ik opnieuw even stil bij de intentie. Zo werd ook het vergeten een gelegenheid om op een mildere manier met mezelf om te gaan.

Veel volwassenen dragen nog altijd de reacties van een kind dat bepaalde veiligheid, erkenning of begeleiding niet heeft gekregen. Volwassen worden betekent niet dat dit kind moet verdwijnen. Een volwassen reactie kan er juist uit bestaan het deel dat zich nooit gezien voelde eindelijk te zien, het ernstig te nemen en er zorg voor te dragen. Een goed geformuleerde affirmatie kan helpen om die houding iedere dag opnieuw beschikbaar te maken.